Nieuwsberichten

NRC besteedt aandacht aan PDN Gepubliceerd op: 20-01-2023

Op vrijdag 20 januari publiceerde NRC een artikel over DSM en PDN. Mogelijk roept het artikel bij u als deelnemer vragen op. In het bijzonder willen we reageren op de suggestie dat een vertrouwelijke notitie uit 2019 zou zijn achtergehouden. Dit is pertinent onjuist. Het betreft een interne analyse van de uitvoeringsorganisatie DPS over de ontwikkeling van de dekkingsgraad van het fonds. Het bestuur onderzoekt voortdurend de oorzaken van veranderingen in de dekkingsgraad, zoals het bestuur ook andere relevante ontwikkelingen volgt en analyseert. Dergelijke interne analyses monden lang niet altijd uit in een standpunt of beleidsvoornemen van het fonds. Het is daarom ook niet vanzelfsprekend om dit soort interne stukken extern te verspreiden. 

In de aanloop naar het artikel is meermaals contact geweest met de betrokken redacteuren. Het bestuur van PDN betreurt het dat de insteek van het artikel nogal eenzijdig is. Er is veel te zeggen over de financiële positie van PDN door de jaren heen. Daarbij is van de zijde van PDN volledige openheid en transparantie geweest en is alle gevraagde feitelijke informatie verstrekt. Daarbij is nadrukkelijk ook gewezen op de evenwichtige afweging van de belangen van alle deelnemers. In alle oprechtheid en voor een beter begrip hebben we de betreffende gang van zaken hieronder nog eens voor u op een rij gezet.

PDN verhoogt opnieuw de pensioenen
Het bestuur van PDN heeft op 19 december besloten om vanaf 1 januari 2023 de pensioenen voor alle deelnemers opnieuw te verhogen. De ingegane pensioenen en de opgebouwde pensioenen van ex-medewerkers gaan omhoog met 10,02%. De opgebouwde pensioenen van de huidige medewerkers worden verhoogd met 3,11%. Al eerder dit jaar heeft PDN voor het eerst sinds langere tijd de pensioenen kunnen verhogen. Dit werd mogelijk doordat de wettelijke regels tijdelijk werden versoepeld. Tot 2021 was het immers voor een pensioenfonds niet mogelijk om met een beleidsdekkingsgraad onder 110% een verhoging door te voeren. Aangezien de beleidsdekkingsgraad van PDN onder het niveau lag van 110% kon PDN dus geen verhoging toekennen. Dat gold ook voor andere pensioenfondsen met een beleidsdekkingsgraad lager dan 110%.

Met de verhoging, ook wel ‘toeslag’ genoemd, heeft PDN een evenwichtige afweging gemaakt tussen de belangen van alle belanghebbenden, inclusief de belangen van de toekomstige generaties. Bovendien is gekeken of er voldoende vermogen in het fonds overblijft om de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel beheerst te kunnen doen zonder dat daarvoor kortingen benodigd zijn. Ook is het effect van het toeslagbesluit op de verschillende generaties in kaart gebracht. Ieder fonds weegt deze belangen zelf af. Hierdoor kan het zijn dat sommige fondsen wat meer toeslag verlenen en andere wat minder. PDN wil verlagingen in de toekomst zoveel mogelijk voorkomen en juist de kans op een verhoging zo groot mogelijk maken. Het bestuur houdt dus ook rekening met de pensioenen die in de toekomst betaald moeten worden. Een robuuste financiële basis is daarvoor essentieel, zoals dat ook in het verleden altijd het uitgangspunt is geweest. 

PDN destijds in de voorhoede met overgang naar CDC
In de periode 2002 t/m 2007 heeft bij DSM het traject “Grand Design Pensioenen” plaatsgevonden. Dit was een veelomvattend traject waarin onder andere het fuseren van drie aan DSM gelieerde pensioenfondsen (pf DSM Chemie, pf Gist Brocades en Avecia DSM Neoresins) was geregeld. Ook werd een aanpassing van de financieringsovereenkomst tussen DSM en PDN doorgevoerd vanaf 2006. Om de fusie van de aan DSM gerelateerde pensioenfondsen eind 2006 mogelijk te maken, heeft DSM in die periode een bijstorting gedaan om de dekkingsgraad van alle fondsen gelijk te trekken.

In de financieringsovereenkomst 2006 t/m 2010 is ook geregeld dat DSM voortaan een vaste CDC (collective defined contribution)-premie zou gaan betalen (21% van het salaris van iedere werknemer). Hierbij is de aanvullende afspraak gemaakt dat in de toekomst een premiekorting aan de werkgevers zou worden gegeven (bijdragekorting) indien de dekkingsgraad van het fonds hoger was dan ongeveer 135%. De premiekorting werd gemaximeerd op een totaal van € 127 mln, rekening houdend met de eerder genoemde bijstorting die DSM had gedaan om het samengaan van de DSM-pensioenfondsen mogelijk te maken.
In 2007 en 2008, bij een dekkingsgraad van meer dan 145%, is daarom een deel van deze premiekorting (samen €99 mln) toegepast. Het resterende deel van de maximale premiekorting van € 127 mln is impliciet vervallen aan PDN en dus toegevoegd aan het pensioenvermogen.

PDN was een van de eerste ondernemingspensioenfondsen in Nederland die overstapte naar CDC-financiering. Toen de afspraken daarvoor werden gemaakt bedroeg de dekkingsgraad van PDN meer dan 140%. De financiële positie was op dat moment dusdanig dat er vanuit dat oogpunt geen directe aanleiding bestond voor compensatie.

In de jaren daarna zijn vrijwel alle grote Nederlandse ondernemingspensioenfondsen overgestapt naar CDC-financiering.  Daarbij is compensatie in de vorm van een eenmalige extra storting bij de overstap gemeengoed geworden. Dit werd mogelijk gestimuleerd doordat de kredietcrisis, die zich in 2008 voordeed, grote gaten in de dekkingsgraden van betreffende fondsen had geslagen.

Kredietcrisis 2008 was ‘game-changer’
Door de financiële crisis viel de dekkingsgraad van alle pensioenfondsen, dus ook van PDN, eind 2008 flink terug. Hierdoor kwam een verhoging van de pensioenen (toeslagverlening) onder druk. In de jaren daarna, tot 2021, is er nauwelijks herstel geweest van de dekkingsgraad. Dit is vooral te wijten aan de rente die sinds die periode flink daalde, maar ook door het besluit van het fondsbestuur om het renterisico beperkt af te dekken. Voor het pensioenfondsbestuur was de afgenomen dekkingsgraad namelijk een urgente en ongewenste situatie, en werd de prioriteit gegeven aan herstel hiervan (om kortingen van de pensioenen te voorkomen) boven het geven van een toeslag. Dit blijkt ook uit de bestuursverslagen, de toelichting van het bestuur in de jaarverslagen (2008 en verder) en de gepubliceerde jaarberichten. Het bestuur van het fonds heeft hier regelmatig bij stilgestaan, haar beleid geëvalueerd en bijgesteld. Ook zijn sociale partners van DSM op de hoogte gebracht dat de afgesproken toeslagambitie uit zicht raakte.

Kostendekkende premie
Het pensioenfonds heeft sinds de invoering van de CDC-financiering in 2006 altijd kostendekkende premies ontvangen van DSM, zoals ook is vastgelegd in de Pensioenwet en waarop wordt toegezien door de certificerend actuaris en De Nederlandsche Bank (DNB). Desondanks hebben de premie en de pensioenopbouw onvoldoende bijgedragen aan het herstel van de dekkingsgraad. Er zijn meer omstandigheden die van invloed zijn op de ontwikkeling van een dekkingsgraad, zoals bijvoorbeeld de gestegen levensverwachting.

Evenwichtige belangenafweging leidraad
Het is inherent aan het besturen van een pensioenfonds dat bij sommige besluiten de belangen van verschillende deelgroeperingen binnen het fonds niet gelijk lopen. Dat is niet alleen het geval tussen de deelnemers en pensioengerechtigden, maar bijvoorbeeld ook tussen mannen en vrouwen, gehuwden en ongehuwden, etc. Het is juist de taak en verantwoording van ieder individueel bestuurslid om, zonder last of ruggespraak in het belang van alle aanspraak- en pensioengerechtigden op basis van de feiten en omstandigheden van het moment waarop PDN het besluit moet nemen, een evenwichtig besluit te nemen.
Deze belangenafweging heeft door de jaren heen altijd plaatsgevonden: zowel bij de afweging over de premie en pensioenopbouw, als bijvoorbeeld ook op een aantal momenten waar het bestuur in het belang van de pensioengerechtigden de hersteltermijn heeft verruimd om het korten van de pensioenen te voorkomen.
Bestuursbesluiten uit het verleden kunnen met de kennis van nu, anders uitwerken dan het bestuur had voorzien op het moment dat zij het besluit nam. Dit is een gevolg van onvoorziene externe ontwikkelingen, zoals de kredietcrisis in 2008 of de naderhand flink gedaalde rente waardoor de dekkingsgraad van het fonds flink achteruit ging en er geen toeslag meer mogelijk was. Overigens geeft de recente rentestijging de ontwikkeling van de dekkingsgraad van het fonds nu juist weer extra 'rugwind’, waardoor verhogingen kunnen worden gegeven.

Transparante governance bestuur stevige basis
Het bestuur van PDN kent een paritair bestuursmodel. Dit betekent dat het bestuur bestaat uit acht leden waarbij vier leden worden voorgedragen door DSM Nederland, twee leden door de Centrale Ondernemingsraad DSM en twee bestuursleden die door de pensioengerechtigden worden gekozen. De werkgever draagt een kandidaat voor het voorzitterschap voor. De vicevoorzitter wordt dan gekozen uit de geleding van werknemers en pensioengerechtigden. Ieder bestuurslid wordt voor benoeming individueel door de interne en externe toezichthouder - de Raad van Toezicht en De Nederlandsche Bank (DNB) - getoetst op kennis, bestuurlijke vaardigheden en betrouwbaarheid. Het is de taak en verantwoording van ieder individueel bestuurslid om zonder last of ruggespraak in het belang van de deelnemers, evenwichtige besluiten te nemen. Hierbij is iedere stem van ieder bestuurslid gelijk. De Raad van Toezicht van PDN houdt toezicht op het functioneren van het bestuur. Daarnaast legt het bestuur verantwoording af aan het Verantwoordingsorgaan (VO).
PDN heeft kundige en integere bestuurders, waaronder specialisten op het gebied van pensioenuitvoering en vermogensbeheer. De bestuursleden worden vooraf getoetst door DNB. Overigens hebben veel meer ondernemingspensioenfondsen (opf’en) net als PDN het paritaire bestuursmodel en daarmee ook een paritair ingevuld (vice)voorzitterschap.

De cijfers in de jaarverslagen van PDN of de rechtsvoorgangers sluiten op elkaar aan en zijn voorzien van een goedkeurende accountantsverklaring. 
In de jaren 2006 t/m 2010 was de afgedragen premie conform de financieringsovereenkomst 21% van de salarissom. Voor de periode 2011 t/m 2015 bedroeg dit 22%. Voor de periode 2016 t/m 2020 bedroeg dit 24%. Voor 2021 t/m 2023 bedraagt dit 24,17%.
In de jaarverslagen van het fonds is geen onderscheid gemaakt tussen werknemerspremie en werkgeverspremie. Het fonds ontvangt de totale premie van de werkgever. De werkgever verrekent op basis van afspraken met sociale partners het werknemersdeel met het salaris van de werknemer.